Mag het wat meer Rijnlands?

Mag het wat meer Rijnlands?

Rijnalds model Keulen

Afgeleid door een groep met Paarse hesjes uitgeruste demonstranten struikelde ik in de armen van Sjaak. Ook Sjaak maakte deel uit van de groep die meestal eufemistisch omschreven wordt als ‘met afstand tot de arbeidsmarkt”. Ze waren naar Den Haag gekomen omdat hun baan in de Sociale Werkvoorziening onder druk stond. “China is goedkoper en nu raak ik mijn werk kwijt.” aldus Sjaak. Sjaak profiteert duidelijk niet van de mondiale economie.

In die wereldeconomie overheerst het Angelsaksische model. Hierin maken mega bedrijven de dienst uit en staan zelfredzaamheid, particulier initiatief, marktwerking en een beperkte sociale zekerheid centraal. De huidige Amerikaanse president is het ultieme rolmodel voor een systeem waarin zakendoen wordt terug gebracht tot armpje drukken.

Ik ben geen fan van dit model waarbij geld vaak de enige maatstaf lijkt te zijn, de aandeelhouder de baas is en processen alleen nog maar zo efficiënt en goedkoop mogelijk worden gemanaged. Het leidt misschien tot goedkopere producten, maar de negatieve effecten en kosten van bijvoorbeeld werkeloosheid en milieuvervuiling slaan neer bij de brede maatschappij.

Gelukkig zijn er genoeg voorbeelden dat het anders kan. DSM Topman Feike Sijbesma toont aan dat het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid absoluut niet ten koste hoeft te gaan van aandeelhouderswaarde. LIDL laat discount en duurzaam samen gaan. Allard Droste (“Semco in de polder”) wist van het zieltogende Aldowa een winstgevend bedrijf te maken .

Drie voorbeelden van bedrijven die opereren in het Rijnlandse model. Een model met oog voor andere zaken dan geld en de belangen van de aandeelhouder alleen.  Ruimte voor overleg en solidariteit, waardering voor vakmanschap en voor waarden als kwaliteit en geluk. In het Rijnland zijn werknemers, klanten, leveranciers en de samenleving als geheel allemaal even belangrijk.

Bij de Landmacht merkten we de dat de Angelsaksische manier van zakendoen niet meer werkte. Veel van de tanks, kanonnen en pantservoertuigen stonden stil. Buitenlandse missies in Afghanistan, Irak en Mali stonden onder druk. Leveranciers bleken ondanks compleet dichtgetimmerde contracten niet in staat of bereid de noodzakelijke reservedelen te leveren.

Het moest anders. Met het Land Maintenance Initiative (LMI) startten we een compleet nieuwe manier van zaken doen. Landmacht en bedrijfsleven gingen samenwerken op basis van vertrouwen. Eerst de contacten, dan de contracten. Gestart met vijf bedrijven groeide het LMI uit tot een nieuw ecosysteem waarin Defensie met honderden bedrijven samenwerkt onder de naam Adaptieve Krijgsmacht.

Mag het wat meer Rijnlands? Samenwerken dus volgens het Rijnlandse model. Daar worden we als individu, als bedrijf en als samenleving beter van. En Sjaak kan zijn baan houden.

Mag het wat meer Rijnlands

Deze column verscheen eerder in Academy Magazine van de Speakers Academy.


Comments are closed.